Naar inhoud springen

doodsteek

Uit WikiWoordenboek
  • dood·steek
enkelvoud meervoud
naamwoord doodsteek doodsteken
verkleinwoord

dedoodsteekm

  1. steek met een scherp werktuig die de dood ten gevolge heeft
  2. (figuurlijk) een handeling waarmee men iemand heel erg kwetst, een nekslag
    • Het bedrog van de ontrouwe echtgenoot werd door de vrouw als een doodsteek ervaren. 
vervoeging van
doodsteken

doodsteek

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doodsteken
    • ... dat ik doodsteek. 
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]