donut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·nut
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rond, luchtig soort gebak met een gat in het midden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord donut donuts
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

donut m

  1. (voeding) lekkernij, bestaande uit een ring van gefrituurd deeg met suiker
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
donut donuts

Zelfstandig naamwoord

donut

  1. (voeding) donut
Schrijfwijzen