dompteuse
Uiterlijk
- domp·teu·se
- Naamwoord van handeling van het Franse dompter (met het achtervoegsel -euse) [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dompteuse | dompteuses |
| verkleinwoord | dompteusetje | dompteusetjes |
de dompteuse v
- Het woord 'dompteuse' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dompteuse" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 49 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| dompteuse | la dompteuse | dompteuses | les dompteuses |
dompteuse v
- vrouwelijke vorm van dompteur
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -euse in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 49 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -euse in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Beroep in het Frans