dommerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dom·merd
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van dom met het achtervoegsel -erd
enkelvoud meervoud
naamwoord dommerd dommerds
verkleinwoord dommerdje dommerdjes

Zelfstandig naamwoord

dommerd m

  1. iemand die een beetje dom is (geweest)
    • 'Lieverd, laten we het alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft weer goedmaken. Dit... ik bedoel... o, wat ben ik toch een dommerd geweest. Ik was gewoon fout!' [1] 
    • Ook datingsites worden in toenemende mate misbruikt. „Als je naar de slachtoffers kijkt, die vaak eenzaam en alleen zijn, zit daar misschien wel de meeste pijn. Hebzucht speelt bij die mensen geen rol, en dan is het wel hard om te zeggen: Wat ben je een dommerd dat je erin trapt”, stelt Van Eck. [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Het Parool THEODOR HOLMAN 29 AUGUSTUS 2014 Zwijgen is eigenlijk al gelijk geven
  2. Reformatorisch Dagblad Rob Siebelink 20-05-2015 Internetoplichter steeds vindingrijker
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be