dolverliefd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·ver·liefd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dolverliefd dolverliefder dolverliefdst
verbogen dolverliefde dolverliefdere dolverliefdste
partitief dolverliefds dolverliefders -

Bijvoeglijk naamwoord

dolverliefd

  1. hevig aangetrokken tot een ander waarmee je een nauwe relatie wil hebben
    • Stap (als man) dus nooit dolverliefd onverhoeds in het huwelijksbootje. [1]
  2. (van twee mensen) hevig aangetrokken tot elkaar
    • The Washington Post besteedde, welja, twee pagina’s aan een uitzinnig interview met het dolverliefde stel: „Ze hielden elkaars hand vast. [2]
  3. (figuurlijk) sterk aangetrokken tot iets, helemaal begeesterd van iets
    • Ik ben direct dolverliefd geworden op deze enorme, indrukwekkende stad. [3]

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen