dolomiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·lo·miet
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de naam van de Franse geoloog Déodat Gratet de Dolomieu met het achtervoegsel -iet [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dolomiet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dolomiet o [2]

  1. (mineraal) een carbonatisch mineraal; calcium-magnesium-carbonaat met de formule CaMg(CO3)2
    • Waar het harde dolomiet is afgesleten, is de bedding breed; waar de zachte kalksteen is geërodeerd, heeft het water een (diepe) kloof gevormd.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen