doenbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doen·baar
Woordherkomst en -opbouw

afleiding van naamwoord van handeling doen met het achtervoegsel -baar

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doenbaar doenbaarder doenbaarst
verbogen doenbare doenbaardere doenbaarste
partitief doenbaars doenbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

doenbaar

  1. dat het te doen is
    Ruud Lubbers: „Moeilijke dingen voor elkaar krijgen, consensus bouwen, heeft een grote vormende betekenis. In die zin ben ik ook positiever over de politiek dan mijn voorganger Dries van Agt. Die wordt dan gegrepen door het Palestijnse vraagstuk. Ik heb daar wel een zekere waardering voor, maar het moet ook leiden tot iets wat doenbaar is.”[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwijzingen
  1. Marjolijn Februari NRC 3 januari 2011