doeltrap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de keeper neemt een doeltrap
Uitspraak
Woordafbreking
  • doel·trap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doeltrap doeltrappen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doeltrap m [1]

  1. (voetbal) spelhervatting waarbij de verdedigende partij de bal door middel van een schot weer in het spel brengt als de aanvallende partij de bal over de achterlijn heeft gebracht
    • Emery wisselt nog een laatste keer. De Pool Grzegorz Krychowiak mag nog even mee doen, de arme drommel. Tijdrekken is de bedoeling, en alles wegperen wat voor zijn voeten komt. Hij zal de bal niet beroeren. Barcelona ten aanval. Suarez gaat weer eens naar de grond, de bal rolt over de achterlijn. Trapp neemt zijn tijd, maar als de doeltrap genomen is gaat voorin het kopduel weer eens verloren. Barça’s Umtiti heerst. Het glipt PSG door de vingers.[2]  
    • Het kan een prachtige ingestudeerde vrije trap zijn. De pass is perfect. Precies in de vrije zone die de Noord-Ieren zelf met vernuft hebben gecreëerd in de defensie van Polen. Maar de bal rolt te snel. Steven Davis kan hem niet meer bijhouden. Bal over de lijn. Doeltrap voor Polen.[3] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Bart Hinke 9 maart 2017
  3. Fabian van der Poll 13 juni 2016 NRC
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be