doelpubliek
Uiterlijk
- Geluid: doelpubliek (hulp, bestand)
- IPA: / 'dulpyblik / (3 lettergrepen)
- doel·pu·bliek
- samenstelling van doel en publiek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doelpubliek | doelpublieken |
| verkleinwoord | - | - |
het doelpubliek o
- de groep mensen waarop men zich richt als publiek
- Het doelpubliek hiervan is voornamelijk de jonge professionelen.
- Het woord doelpubliek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.