doe mee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doe mee
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
meedoen

doe mee

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meedoen
    • Ik doe mee. 
  2. gebiedende wijs van meedoen
    • Doe mee! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meedoen
    • Doe je mee? 
  4. aanvoegende wijs van meedoen


Gangbaarheid