Naar inhoud springen

dochters

Uit WikiWoordenboek
  • doch·ters

dedochtersmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dochter
     Binnen een maand is hij met een van die dochters getrouwd, gokt Nella zwijgend.[1]
     Clara Sarragon is er, en haar dochters ook.[1]
  2. genitief van dochter
     En ik zal niet toestaan dat jij je dochters toekomst vergooit zoals mijn ouders de mijne verspeelden.[1]
     Otto ziet eruit alsof een deel van zijn ziel is verdampt door zijn dochters verdwijning.[1]
  1. 1 2 3 4
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332