Naar inhoud springen

docente

Uit WikiWoordenboek
  • do·cen·te
enkelvoud meervoud
naamwoord docente docentes
verkleinwoord

dedocentev

  1. (beroep), (onderwijs) vrouwelijke docent, vrouwelijke leraar, vrouwelijke vorm van docent
    • Mijn vrouw is een NT2 -docente die les geeft aan toekomstige hbo-studenten die uit het buitenland komen en het Nederlands onvoldoende machtig zijn. 
99 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • IPA: /dɔtsɛntɛ/
  • do·cen·te

docente

  1. vocatief enkelvoud van docent