docente

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·cen·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord docente docentes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

docente v

  1. vrouwelijke docent, vrouwelijke leraar
    Mijn vrouw is een NT2 -docente en geeft les aan toekomstige hbo-studenten die uit het buitenland komen en het Nederlands onvoldoende machtig zijn.