Naar inhoud springen

divorce

Uit WikiWoordenboek
  • VK: /dɪˈvɔːs/
  • VS: /dɪˈvɔɹs/
enkelvoud meervoud
divorce divorces

divorce

  1. scheiding, echtscheiding
vervoeging
onbepaalde wijs to  divorce 
he/she/it  divorces 
verleden tijd  divorced 
voltooid
deelwoord
 divorced 
onvoltooid
deelwoord
 divorcing 
gebiedende wijs  divorce 

divorce

  1. scheiden


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  divorce     la divorce     divorces     les divorces  

divorce v

  1. (juridisch) (familie) echtscheiding; scheiding [3]
  2. scheiding [1]; het uiteenhalen van iets in zijn onderdelen
vervoeging van
divorcer

divorce

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van divorcer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van divorcer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van divorcer