distributeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·tri·bu·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord distributeur distributeurs
verkleinwoord distributeurtje distributeurtjes

Zelfstandig naamwoord

distributeur m [1]

  1. (economie) (beroep) persoon of onderneming die zorgt voor de distributie van goederen van producent naar consument
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen