Naar inhoud springen

dispense

Uit WikiWoordenboek
vervoeging
onbepaalde wijs to  dispense 
he/she/it  dispenses 
verleden tijd  dispensed 
voltooid
deelwoord
 dispensed 
onvoltooid
deelwoord
 dispensing 
gebiedende wijs  dispense 

dispense

  1. overgankelijk distribueren, uitdelen, verdelen/verspreiden
  2. overgankelijk, (juridisch) (een wet) toepassen/uitvoeren
  3. overgankelijk ~ from vrijstelling geven, vrijwaren
  4. overgankelijk ~ with het doen/stellen zonder


vervoeging van
dispenser

dispense

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van dispenser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van dispenser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van dispenser


vervoeging van
dispensar

dispense

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dispensar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dispensar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dispensar