dispensarium
Uiterlijk
- dis·pen·sa·ri·um
- afgeleid van het middeleeuws Latijnse dispensorium (opslagplaats) (met het achtervoegsel -arium) [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dispensarium | dispensaria dispensariums |
| verkleinwoord | dispensariumpje | dispensariumpjes |
het dispensarium o
- lokaal voor poliklinische behandeling
- consultatiebureau
- plaats waar men medicijnen verstrekt, apotheek
- Het woord dispensarium staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dispensarium" herkend door:
| 54 % | van de Nederlanders; |
| 85 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ dispensarium op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be