directoire

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·rec·toi·re
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘damesonderbroek’ voor het eerst aangetroffen in 1929 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord directoire directoires
verkleinwoord directoiretje directoiretjes

Zelfstandig naamwoord

directoire m [3]

  1. damesonderbroek
    • Bij Zuidelijk Toneel Globe speelde ik Suus, weet je nog? In 1980. Het was maar één scène, een monoloog. Met een Peels accent moest ik die vrouw spelen, een boerenvrouw, gedesillusioneerd en aan de drank. Ik zat op een pleepot, zo, met mijn hoofd naar beneden. Een gebreide directoire om mijn enkels. Er was één moment dat ik even opkeek, en dan kon je een speld horen vallen.[4] 
  2. damespantalon
  3. periode in de Franse geschiedenis van 27 oktober 1795 tot 9 november 1799
    • La fille de madame Angot. Komische opera in drie actes van Charles Lecocq (1832 - 1918). Parijs, tijdens het Directoire. Clairette, dochter van mevrouw Angot, moet van haar moeder trouwen met Pomponnet, een pruikenmaker die verliefd op haar is. Maar Clairette is verliefd op de zanger Ange Pitou, die op zijn beurt verliefd is op de actrice mejuffrouw Lange. [5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen