diplegie
Uiterlijk
- di·ple·gie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | diplegie | diplegieën |
| verkleinwoord | - | - |
de diplegie v
- Het woord diplegie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "diplegie" herkend door:
| 20 % | van de Nederlanders; |
| 36 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ diplegie op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel di- in het Nederlands
- Achtervoegsel -plegie in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 20 %
- Prevalentie Vlaanderen 36 %