dioriet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·o·riet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dioriet diorieten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dioriet o [2]

  1. (mineraal) hard, groen gesteente
Vertalingen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen