diode

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·o·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diode dioden, diodes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

diode v

  1. (elektrotechniek), (elektronica) elektronenbuis of halfgeleider die de elektriciteit maar in één richting geleidt
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Alemannisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Indonesisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Lets

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Noord-Fries

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Noors

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Nynorsk

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode


Schots

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

diode

  1. (elektronica) diode