dinges

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • din·ges
enkelvoud meervoud
naamwoord dinges
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dinges o

  1. (spreektaal) geeft een onbepaald voorwerp of persoon aan, waarvan of van wie men niet op de naam of benaming komt

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie