dikkenek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dik·ke·nek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dikkenek dikkenekken
verkleinwoord dikkenekske dikkenekskes

Zelfstandig naamwoord

dikkenek m

  1. iemand die goed staat met zichzelf
Synoniemen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.