diens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • diens

Aanwijzend voornaamwoord

diens

  1. genitief van die
    • Je kent Jakob; diens vrouw ligt in het ziekenhuis. 
Synoniemen
  • zijn, haar (als bezittelijk voornaamwoord)

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðins/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

diens

  1. genitief van doe