Naar inhoud springen

diens

Uit WikiWoordenboek
  • diens

diens

  1. genitief van die
    • Je kent Jakob; diens vrouw ligt in het ziekenhuis. 
     De trainer van de tegenpartij rende het veld in. Hij knielde naast het mannetje en wreef met een waterige spons over diens been.[1]
     Maclntyre heeft respect voor de beeldenstorm die Kierkegaard over de vermeende (christelijke) deugden liet gaan, maar vindt diens opvatting van deugden veel te veel een willekeurige en persoonlijke keuze.[2]
     Voor die tijd kende men bijvoorbeeld de werken van Aristoteles uit Latijnse vertalingen van Arabische vertalingen van diens Griekse origineel.[3]
  • zijn, haar (als bezittelijk voornaamwoord)
88 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[4]
  • IPA: /ðins/ (Etsbergs)

diens

  1. genitief van doe