dichtstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dicht·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dichtstuk dichtstukken
verkleinwoord dichtstukje dichtstukjes

Zelfstandig naamwoord

dichtstuk o [1]

  1. tekst die door dichten tot stand is gekomen
    • Er is een gedicht geschreven voor de man wiens romp in het IJ gevonden is. Donderdag werd het dichtstuk voorgedragen bij de begrafenis van de nog onbekende man. [2] 
    • Dit dichtstuk, geschreven als drama, dat dus als toneelstuk zou kunnen worden opgevoerd, is ook prachtig van zeggingskracht. Milton stierf in 1674. Zijn evenknie John Bunyan overleefde hem veertien jaar. [3] 
Synoniemen
Hyponiemen
Antoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool 12 APRIL 2013 Gedicht voor romp uit het IJ
  3. Reformatorisch Dagblad M. Dankers 19-11-2003 Het paradijs opnieuw verloren