dichtslibben

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dicht·slib·ben
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dichtslibben
slibde dicht
dichtgeslibd
zwak -d volledig

Werkwoord

dichtslibben

  1. ergatief afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib
    • Zonder baggeren zou deze haven snel dichtgeslibd raken. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.