dichotomie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

twee elkaar uitsluitende categorieën
Uitspraak
Woordafbreking
  • di·cho·to·mie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘indeling in tweeën’ voor het eerst aangetroffen in 1720 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dichotomie dichotomieën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dichotomie v [3]

  1. opdeling in twee elkaar niet-overlappende structuren of begrippen
    • Nog een maand in Galerie Gabriel Rolt: One for All All for One, met werk van Aukje Dekker. De tentoonstelling is „gebaseerd op de dichotomie ‘enkelvoud en meervoud’”; alle werken zijn het resultaat van praktische of conceptuele samenwerking met andere kunstenaars. Zoals kunstenaar/meestervervalser Geert Jan Jansen; dit werk bestaat uit een reeks handtekeningen van wereldberoemde kunstenaars, van Picasso tot Chagall, die door Jansen zo dicht mogelijk bij het origineel in de buurt komen. Dit kunstwerk „provoceert het idee van toe-eigening en reproductie”, samen met „de immer aanwezige problematiek van Dekkers eigen rol”. [4] 
    • Maar klopt dat wel? Gaat een mens creatiever denken, door elke dag even te wisselen van schrijfhand? „Om het netjes te zeggen: dit is een compleet onzinnige bewering”, laat Roel Willems, neuropsycholoog aan het Donders Instituut van de Radboud Universiteit telefonisch weten. Want hebben we het over onze hersenen, dan wordt regelmatig gedaan alsof links en rechts een dichotomie is. Quatsch, stelt Willems. Creativiteit volledig in de rechterhersenhelft plaatsen is volgens hem verschrikkelijk lastig: „Ons brein komt met nieuwe ideeën door een wisselwerking van beide hersenhelften en allerlei chemische processen. Daarvan kun je niet zomaar zeggen: ‘Oh, dat zat rechts’.”[5]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen