diathese

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·the·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diathese -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

diathese v

  1. (medisch) vatbaarheid voor een ziekte
Vertalingen

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.

Verwijzingen