diastolisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·as·to·lisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen diastolisch diastolischer
verbogen diastolische diastolischere
partitief diastolisch diastolischers -

Bijvoeglijk naamwoord

diastolisch

  1. (medisch) met betrekking tot verslapping van hart en bloedvaten
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.