diamantmijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

oude diamantmijn
Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·mant·mijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diamantmijn diamantmijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

diamantmijn v/m [1]

  1. plaats waar diamanten gedolven worden
    • Lukoil behaalde afgelopen halfjaar een omzet van omgerekend bijna 40 miljard euro. In roebels is dat ruim 10 procent meer dan een jaar eerder. De nettowinst verdubbelde bijna tot 2,8 miljard euro, mede dankzij een aanzienlijke boekwinst op de verkoop van een diamantmijn. Het bedrijfsresultaat bedroeg 5,5 miljard euro, 1,3 procent meer dan in de eerste helft van 2016.[2] 
    • Een jaar nadat hij begon met zijn voorbereidingen werd House of Eléonore gelanceerd. Duurzaamheid is een speerpunt. „De diamantmijnen in de wereld raken langzaamaan leeg en de handel is nog steeds omgeven door gebrek aan transparantie. Wij kiezen er daarom voor om te werken met ’laboratory created’ diamanten”, legt Damme uit.[3] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen