Naar inhoud springen

dialogeren

Uit WikiWoordenboek
  • di·a·lo·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dialogeren
dialogeerde
gedialogeerd
zwak -d volledig

dialogeren

  1. inergatief (formeel) aan een tweegesprek of discussie deelnemen
     Zo aarzelden vorige week vele scholen om in aanwezigheid van een journalist van De Morgen de leerlingen te laten dialogeren over Charlie Hebdo. Te delicaat.[2]
     Terwijl Ficino’s benevelende Trebbianowijn vloeide, dialogeerden de deelnemers over het geschreven en ongeschreven woord, over de hemelse en aardse liefde, en over de onsterfelijkheid van de ziel.[3]
        4
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [4]
        4
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Knack in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dialogeren
  3. De phoenix in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dialogeren
  4. 1 2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dialogeren