diagnose

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·ag·no·se
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'gnosis' (kennen) met het voorvoegsel dia- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord diagnose diagnosen
diagnoses
verkleinwoord diagnosetje diagnosetjes

Zelfstandig naamwoord

diagnose v

  1. (medisch) vaststelling van een ziekte
    De dokter heeft de verkeerde diagnose gesteld.
    „Wij zien sinds enkele jaren steeds vaker hoogbegaafde kinderen en jongeren met een psychiatrische diagnose”, zegt Hoogeveen, een gz-psychologe die veel hoogbegaafde leerlingen begeleidt. „In veel van die gevallen twijfelen wij of die diagnose terecht gesteld is.”[2]
  2. vaststelling (van de oorzaak van een probleem)
    Zijn diagnose was simpel: het monetaire beleid heeft onder Draghi gedaan wat het kon; meer is nauwelijks mogelijk. De enige resterende optie is de overheid meer uit te laten geven en de staatsschuld op te laten lopen. Daar is niks tegen. De VS, Japan, en het VK hebben het met succes gedaan. De enige reden waarom dat niet gebeurt in de eurozone is de tegenstand van Duitsland. Die is niet gebaseerd op een nuchtere economische analyse, maar op de frustraties over de hyperinflatie van 1923 en de daarop volgende 25 jaar.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. NRC Julie Wevers 18 juni 2016
  3. NRC 11 mei 2016

Meer informatie