diabeet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·beet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diabeet diabeten
verkleinwoord diabeetje diabeetjes

Zelfstandig naamwoord

diabeet

  1. (medisch) iemand die diabetes heeft
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord diabeet diabete

Zelfstandig naamwoord

diabeet

  1. diabeet
Synoniemen