diëtetiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·e·te·tiek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diëtetiek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

diëtetiek v

  1. leer over gezonde voeding en de toepassing van die leer in de gezondheidszorg
     Bewegen op muziek binnen de zorgcentra is voortgekomen uit een samenwerking tussen de afdelingen diëtetiek, fysiotherapie en bewegingsagogiek. "Bewegen is voor bewoners van de zorgcentra van levensbelang", vertelt Anneke Zocca. "Met een aangepast dieet kun je veel bereiken, maar zonder beweging eigenlijk niets."[2]
     Verder is het de bedoeling om een fysiotherapiepraktijk naar het gezondheidscentrum te halen. Reggeland zal het zorgaanbod van het gezondheidscentrum volgens Olde Engberink completeren met de disciplines diëtetiek, psychologie en thuiszorg.[3]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Dansen op meezingers” (12-11-2007), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Gezondheidspraktijken in Titus Brandsmahof” (25-07-2009), Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be