devancer
Uiterlijk
- Geluid: devancer (Lyon) (hulp, bestand)
- IPA: /də.vɑ̃.se/
- van Oudfrans davancer, davancir; een afleiding van devant, waarschijnlijk beïnvloed door het werkwoord avancer [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| devancer |
devançais |
devancé |
| eerste groep | volledig | |
devancer
- overgankelijk voorop lopen; voorlopen [1]
- overgankelijk iemand overtreffen
- overgankelijk voor iets plaatsvinden
- overgankelijk eerder dan iemand iets doen, presteren,...; op iemand voorlopen
- overgankelijk anticiperen; vooruitlopen op
- ↑ devancer (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.