deun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deun
enkelvoud meervoud
naamwoord deun deunen
verkleinwoord deuntje deuntjes

Zelfstandig naamwoord

deun v/m

  1. (muziek) melodie, meest van een volksliedje, misschien als verkleinwoord nog meer gebruikt
    • Rick de Leeuw liet laatst in televisieprogramma De Wereld Draait Door al horen hoe zo’n grijs gedraaide André van Duin-hit als Er staat een paard in de gang óók kan klinken. Op zijn nieuwe cd is het zelfs nóg mooier, intens en ingeleefd. De deun is een kwartslag gekanteld; de polonaise heeft plaats gemaakt voor een hoekig soort spanning. Net als in veel van de andere nummers in deze collectie, die daarom van de ene verrassing naar de andere leidt.[1] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
deunen

deun

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deunen
    • Ik deun. 
  2. gebiedende wijs van deunen
    • Deun! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deunen
    • Deun je? 
    • NRC Henk van Gelder 10 november 2014