detineerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·ti·neer·de

Werkwoord

vervoeging van
detineren

detineerde

  1. enkelvoud verleden tijd van detineren
    • Ik detineerde. 
    • Jij detineerde. 
    • Hij, zij, het detineerde.