destabiliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·sta·bi·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
destabiliseren
destabiliseerde
gedestabiliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

destabiliseren

  1. ergatief zijn stabiliteit verliezen
    • Daarmee destabiliseerde het land. 
  2. overgankelijk zijn stabiliteit doen verliezen
    • Daarmee destabiliseerden zij het land. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.