desembarcar
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| tegenw. tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| desembarco | desembarcava | desembarcat |
| 1e vervoeging | volledig | |
desembarcar
- ontschepen, aan wal gaan
- de·sem·bar·car
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| desembarcar |
desembarcaba |
desembarcado |
| volledig | ||
desembarcar
- onovergankelijk van boord gaan, een schip of vliegtuig verlaten, ontschepen
- overgankelijk (scheepvaart) lossen van de vracht van een schip, de vracht van een schip ontschepen
- desembarcar in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Catalaans
- Werkwoord in het Catalaans
- Werkwoord van de eerste vervoeging in het Catalaans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 11
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Werkwoord in het Spaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Spaans
- Overgankelijk werkwoord in het Spaans
- Scheepvaart in het Spaans