descalzar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·cal·zar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
descalzar
descalzaba
descalzado
volledig

Werkwoord

descalzar

  1. overgankelijk uittrekken (van kousen, schoenen)