desaprovechar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·sa·pro·ve·char
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
desaprovechar
desaprovechaba
desaprovechado
volledig

Werkwoord

desaprovechar

  1. verbeuzelen, verlummelen, verknoeien
  2. onbenut laten, niet benutten
    «Desaprovechar una oportunidad.»
    Een kans onbenut laten.
Synoniemen

Verwijzingen