desambigueren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·am·bi·gu·e·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
desambigueren
desambigueerde
gedesambigueerd
zwak -d volledig

Werkwoord

desambigueren

  1. overgankelijk eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen
    • Het desambigueren van dubbelzinnige termen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.