desacoplar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·sa·co·plar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
desacoplar
desacoplaba
desacoplado
volledig

Werkwoord

desacoplar

  1. (overgankelijk) uitschakelen, afzetten, uitdraaien
  2. losmaken, loskoppelen, ontkoppelen
Synoniemen
Verwijzingen