derdenbeding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • der·den·be·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord derdenbeding derdenbedingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

derdenbeding o

  1. (juridisch) overeenkomst, waarbij de bedinger zijnerzijds te presteren belooft, als de belover een bepaalde prestatie jegens een derde levert, op grond waarvan de derde na aanvaarding het recht verkrijgt om de prestatie te vorderen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen