deposito

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·po·si·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deposito deposito's
verkleinwoord depositootje depositootjes

Zelfstandig naamwoord

deposito o

  1. het in bewaring geven (van geld (aan een bank))
  2. in bewaring gegeven geld
    deposito bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
94 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
depositar

deposito

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van depositar