depolarisatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·po·la·ri·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord depolarisatie depolarisaties
verkleinwoord

depolarisatie v

  1. (medisch) vermindering van de elektrische lading in een zenuwcel
  2. (natuurkunde) het verdwijnen van een ladingsscheiding
  3. (natuurkunde) het verdwijnen van een polarisatie door een proces van strooiing dat de richting van een vector willekeurig maakt
  4. (politiek) het (doen) verdwijnen van een politiek spanningsveld
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie