denkkader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • denk·ka·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord denkkader denkkaders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

denkkader o

  1. verzameling van vooroordelen en veronderstellingen die men voor waar aanneemt en het startpunt vormen voor een redenering
    • De andere hoofdoorzaak voor het niet opvolgen van beleidsadviezen is cognitieve dissonantie, oftewel: het past niet in ons denkkader. Dit komt vaak voor als de meerderheid een bepaalde mening heeft en het voorstel hier tegenin lijkt te gaan. [1] 
    • De bedoeling was om de grote schutters- en regentenstukken uit de collectie van de stad Amsterdam op een zinvolle wijze in te bedden in de cultuur waar ze uit voortkwamen. Je ontkomt er dan niet aan te refereren aan de denkkaders en de ideeënwereld van de afgebeelde heren en dames zelf. [2] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Prof. dr. Eelke de Jong 13-12-2017 Laat een crisis niet nodig zijn
  2. Het Parool TOM VAN DER MOLEN 15 AUGUSTUS 2016 'Aandacht voor minder glorieuze kanten van de zeventiende eeuw'