denderend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • den·de·rend

Werkwoord

vervoeging van: denderen
verbogen vorm: denderende

denderend

  1. onvoltooid deelwoord van denderen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen denderend denderender denderendst
verbogen denderende denderendere denderendste
partitief denderends denderenders -

Bijvoeglijk naamwoord

denderend

  1. zeer goed
    • Het was gewoon geen denderende wedstrijd. Ik wil altijd het beste in mezelf naar boven halen, maar dat is me deze Premier League nog niet echt gelukt. [1] 
    • Stefan Küng heeft met een denderende tijdrit de macht gegrepen in de BinckBank Tour. De 24-jarige Zwitser van BMC won in Venray de race tegen de klok over 12,7 kilometer met groot machtsvertoon en neemt hierdoor de leiderstrui over van Nederlander Fabio Jakobsen. [2] 
     'Er zit me nog iets dwars, Jeroen. Om je de waarheid te zeggen, spookt dit al heel lang door mijn hoofd. ' Niet bepaald een denderende opening, dacht ze.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia 22 maart 2018 Barney vernedert Wright, Van Gerwen heer en meester
  2. Tubantia 14 augustus 2018 Oersterke Küng grijpt de macht in BinckBank Tour
  3. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be