dementi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·men·ti
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord dementi dementi's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dementi o [1]

  1. logenstraffing, ontkenning, contradictie
  2. zichzelf een dementi geven: woordbreuk plegen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen