demarrage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·mar·ra·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord demarrage demarrages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

demarrage v [2]

  1. (sport) plotselinge versnelling van het tempo om aan mededingers te ontsnappen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen