deden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·den

Werkwoord

vervoeging van
doen

deden

  1. meervoud verleden tijd van doen
    • Wij deden. 
    • Jullie deden. 
    • Zij deden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.